Onzichtbare pijn

Ik kamp al jaren met chronische pijnen. Soms gaat het weken goed, soms lig ik dagen te vloeken van de pijn. Ik heb regelmatig oorontstekingen, al voor zolang ik me kan herinneren.  ‘Niet zwemmen, niet peuteren’ is al jaar en dag mijn mantra. Als kind had ik buisjes en ik werd al verschillende malen, laatst nog dit jaar, geopereerd om toch maar iets te doen aan dat ‘slechte oor’ (wetenschappelijke term, met dank aan mijn vaste NKO-arts).

Gelukkig heeft moeder natuur iets gevonden tegen al die goddelijke interventie. Ik heb een pak minder last van mijn oor, al durf ik zonder oordopje nog steeds de douche niet in, zit er nog altijd een gat in mijn trommelvlies en ben ik een klein beetje doof. In de plaats daarvan kreeg ik stevige nekpijnen (trapeziumsyndroom, om precies te zijn), die uitstralen naar mijn oor en hoofd. Alsof iemand je constant net iets te hard in je nek knijpt, een vinger in je oor ramt en een paar spijkers je hoofd bij elkaar houden. Daar kunnen jullie nog wat van leren, Chinese watermartelaars.

Op zulke dagen verlaat alle moed me even. Kan iemand me alsjeblieft wakker maken als het voorbij is? Langs de andere kant denk ik dan aan mensen die aanzienlijk vaker met pijnen kampen. Mensen die bijna geen normaal leven meer kunnen leiden. Mensen die van de ene dokter naar de andere worden gestuurd om met wat geluk een diagnose als fibromyalgie opgeplakt te krijgen, al kan dat vaker op heimelijk hoongelach dan op erkenning rekenen. Je ziet er immers niet ziek uit.

Hoe leg je aan een kind uit dat mama enkele dagen alleen moet zijn. Dat ze niet uit bed kan komen om te spelen, om kip met appelmoes klaar te maken voor haar lieveling, om een boekentasje klaar te maken voor een leuke dag op school.

Hoe leg je het uit aan een partner, die het na de zoveelste keer niet kan laten om zich over je luiheid uit te laten als je weer eens levenloos in bed ligt? De was stapelt zich op. De kopjes vormen een gehavende toren in de gootsteen. De honden hebben zichzelf niet gevoerd.

Hoe verklaar je aan je collega’s dat je verbeten gezicht een masker is van pijn, niet van apathie of ongenoegen met je job. De verwarring is snel gemaakt.

Het meest frustrerende aan chronische pijn vind ik niet de pijn zelf, maar het feit dat niemand ze kan zien.

Advertisements

Kort zonnig intermezzo: een dagje Versailles

Best of

Zaterdag ging ik naar Versailles met twee vriendinnen. Een soort afscheidstrip voor ons drietjes. Volgende week zitten we namelijk elk op een ander continent. Helena gaat terug naar Zuid-Afrika en Marissa gaat familie bezoeken in Canada. Het leven zoals het is…bevriend zijn met au pairs.

Veel nieuwe dingen over de Franse geschiedenis heb ik niet geleerd. Ik heb wel geleerd dat ik heel slecht ben in toeristen. Ik heb een hekel aan druktes. En aanschuiven. Mij krijg je tijdens de zomervakantie geen pretpark binnen. Sorry, hypothetische kinderen van me, het gaat gewoon niet gebeuren. Oh, en na een uur aanschuiven moet je nog beginnen met al schuifelend dat hele kasteel door te drummen. Mag ik dan nu mijn Huismussen Anonymous lidkaart in ontvangst nemen?

IMG_2698

Ik heb ook geleerd dat je beter gewoon rustig thuis blijft als je al een week met een virusje rondloopt. Hitte en wandelen en wakker zijn van 7u ’s ochtends tot 1u ’s nachts (dank u voor de file, Frankrijk) zijn niet bevorderlijk voor het humeur. Naar vreemde mensen zwaaien in de file en in de verte prematuur 14 Juillet vuurwerk mogen bewonderen helpt daar dan weer een beetje tegen.

En toch, in juli en augustus blijf ik in het vervolg lekker thuis.

The Quarter-life crisis: een overzicht.

Uit de weg mannen met kalende hoofden en blitse sportwagens. De midlife crisis is zó passé en maakt plaats voor een jongere, doorgaans vrouwelijkere variant. Nog nooit van the quarter-life crisis gehoord? Dan wordt het tijd dat u wat meer de boekskes of HLN leest, of nu en dan eens uw televisietoestel vanonder het stof haalt (en niet blijft plakken bij de beste hobbykok of the Voice van Vlaanderen).

Het is moeilijk om als schoolverlater werk te vinden. Daar sta je dan als kersverse afgestudeerde met dromen en beloftes en vijfhonderd afwijzingen op je palmares. Te weinig ervaring, obscure diploma’s waar je in de praktijk maar weinig mee bent. “Je moet studeren wat je graag wil studeren, kijk maar niet naar de arbeidsmarkt”, beweerden onze ouders. Sta je dan. (Niet dat ik van dat laatste heel veel last heb gehad om eerlijk te zijn. Ik ben een bedreven autodidact met een eindeloze fascinatie voor dingen die me weten te boeien. Maar voor velen onder ons is het inderdaad aanpassen en bijscholen geblazen.). Alors on danse.

Facebook toont foto’s van gekochte huizen, appartementjes, samenhokkers, huisdieren, baby’s. Iedereen swingt in het rond door een hectische kosmische stoelendans en jij lijkt de enige te zijn die nog niet op een stoel zit. Waar gaan jullie allemaal heen? Hoe oud was ik ook alweer? What’s my age again, om het op zijn Blink 182’s te zeggen. Jij bent zelf een twintiger, je weet waarover ik het heb.

Je twintigerjaren zijn een scharniermoment en gaan vaak gepaard met onbeslistheid. With great power comes great responsibility. Dank u Spiderman. We hebben de luxe om te doen wat we willen, beïnvloeden de maakbaarheid van ons eigen succes. Wil ik een relatie? Een carrière? Een kind? Studeer ik verder? Of stop ik? Wil ik hier, of toch liever daar? Waar ben ik in godsnaam mee bezig?

girls, lena dunham, quarterlife crisis

Dat is waar de quarter-life crisis in het kort om draait. Het onderwerp wordt alsmaar populairder. Girls was voor velen een revelatie. Wij zijn de nieuwe verloren generatie. Aan het treuzelen, aan het wachten, en altijd op zoek. Een nawee van onze puberteit. Die gevoelens maken furore op het internet, want wie schrijft er nu liever over onbenulligheden dan twenty-something white girls?

We doen maar wat. Het is zoeken en proberen. Het is soms vermoeiend en frustrerend, maar hoeveel geluk hebben we eigenlijk? Dat we überhaupt de mogelijkheid hebben om alles finaal te verkloten. Dat we niet verplicht zijn om te trouwen op 18 en onze levens door te brengen aan de haard? Het is misschien wat vloeken, maar geen zorgen: we komen er wel.

Deze TED-talk over het onderwerp is onverantwoord interessant, overigens. (via @suzieqew)

Verslaving voor dummies, over menselijke programmeerbaarheid en Cola Light

“Some of the easiest habits are the hardest ones to break”

Toen ik dit artikel wilde beginnen schrijven dacht ik dat bovenstaand citaat uit een nummer van Fall Out Boy kwam, maar ik kan met enige trots (maar niet heus) zeggen dat het een nummer van Shinedown is. Oef. Mijn zorgvuldig opgebouwde internet street cred bijna uit het raam. Maar dat even terzijde.

Ik heb besloten dat ik meer water ga drinken en minder cola light. Ik drink het immers vooral uit gewoonte. Cola light is eigenlijk helemaal niet lekker als je er echt bewust van proeft. Bovendien hoor je constant dat het helemaal niet goed voor je is, en wat is er nu gezonder dan water (al dan niet met beruchte Brita-filter)?

In fase 1 van mijn Briljant Plan downloadde ik de Waterlogged App voor mijn iPhone. Mag ik even vragen wie er in godsnaam probleemloos anderhalve liter per dag binnengiet? Na 1,24 liter was ik er echt heilig van overtuigd dat het er via mijn neusgaten terug zou uitspuiten. Niet dat ik nooit een carrière als fontein heb geambieerd, maar dit was me toch wat te veel van het goede.

Maar goed, je moet wat overhebben voor een gezonder leven. ’s Middags, in mijn wereld gekend als Cola Light Tijd, gebeurde er telkens iets opmerkelijk. Mijn lichaam snakte echt naar die cola light. Ik voelde de bubbels bijna in mijn mond, en water smaakte ineens verdacht ‘plat’. Haal je hand maar terug naar beneden, lieve lezer, ik weet wat je gaat zeggen: “Ik heb een BRILJANT idee. Drink bruiswater!!”.  Het toeval wil dat ik dat nu eenmaal niet lust. Bruiswater, de oplossing voor al mijn pseudoproblemen, heeft onderstaand effect op mij.

Emma Stone

Grappig toch, hoe je lichaam went aan een simpele gewoonte. Een detail. Een nagedachtenis. Hoeveel dingen doen we eigenlijk niet puur uit gewoonte, zonder ons echt nog te herinneren waarom? Ik ben eerlijk gezegd bang om erover na te denken.

Wijverij, over gamen en Wimbledon

In een ver verleden leefde ik voornamelijk in de gamewereld. Ik kwam op servers (hey jongetje, hoe oud ben jij? Je hebt de baard nog niet in de keel), LAN-parties, en internationale wedstrijden. Dat leverde soms wel grappige situaties op, zoals admins die in alle richtingen behalve je gezicht durfden kijken, maar haaks op het cliché van bepuiste nerds die nooit een vrouw van dichtbij te zien kregen stond een aparte realiteit: vrouwen waren bij een groot deel van het gamerspubliek eigenlijk personae non gratae.

Minderwaardige spelers die alsnog sponsering naar het hoofd kregen gegooid. Daar kon de grote middenmoot niet mee lachen. Het feit dat de hoofdprijs voor vrouwen op het wereldkampioenschap 5000 euro bedroeg tegenover de 40000 euro voor mannen, dat werd snel even onder de mat geveegd, en vrouwen werden telkens weer getrakteerd op een zucht en een oogrol.

Ik heb dat altijd een beetje in de gamercontext geplaatst. CS-spelers (counter strike 1.6, oeroude FPS, nvdr.) kunnen nu eenmaal best een stukje zeuren (come at me bro) en ik dacht dat de frustratie van het zelf geen aandacht en goodies krijgen een grote rol speelde in dat haantjesgedrag.

Enter Wimbledon.

Het schalt al enkele dagen door uw radio en tv: Andy Murray, de eerste Brit in 77 jaar die Wimbledon wint! Hoera! De vier vrouwen die in die tijdsspanne Wimbledon wonnen, daar wordt met geen woord over gerept. Nu wil ik geen overhaaste conclusies maken. Is dit een researchfout? Een overijverige copywriter (schrijven is schrappen, jongens)? Een krant die wil uitpakken met bombastische headlines? Of toch een diepgeworteld gebrek aan erkenning voor vrouwen in de sport?

Toen Marion Bartoli uitgeroepen werd als winnares dit jaar ging er een vloedgolf aan commentaar door Twitter. Een nawee van de Olympische spelen. De apex van alle kritiek? Bartoli is te lelijk om Wimbledon te winnen (en zelfs ‘te lelijk om te verkrachten’, mooi, jongens). Ze werd vergeleken met een aap en een vent en gevraagd om alsjeblieft op te geven want lelijke mensen mogen Wimbledon niet winnen. Terwijl Bartoli net na haar overwinning door het publiek liep om haar vader te knuffelen vroeg de radio 5 presentator John Inverdale zich live af of haar vader haar ooit zou hebben gezegd dat ze lelijk is en nooit een Sharapova zou worden. Proficiat met je topprestatie!

Nu lijkt het mij wel duidelijk dat dit een probleem is dat de gamewereld overstijgt. Sterke vrouwen zijn irrelevant. Een ijzersterke atlete die een topprestatie neerzet telt niet mee als ze tegelijkertijd ook geen lustobject is. Acteurs kunnen ook dik en oud en onaantrekkelijk nog interessante rollen krijgen. Vrouwen mogen het vergeten. Zwangerschapskilo’s die niet na een maand zijn weggesmolten, kunnen funest zijn (vraag maar aan Monica Potter). Echt bewust leeft het misschien niet zo bij de doorsnee man, maar ik denk dat er onder het oppervlak toch nog heel wat speelt. En daar staan de dames van Femen dan telkens weer parmantig met hun blote tetten te zwaaien. Bedankt meisjes, zo gaat het lukken.

Ziekelijke competitiviteit, een klinische diagnose

Eerlijk gezegd ben ik best ziekelijk competitief. Nuja, op sommige vlakken. Selectief competitief, laten we het kind een naam geven. Dingen waar ik helemaal niet competitief in ben zijn denk ik gekozen onder het mom van zelfkennis en zelfbehoud.

Winnen in sport doet me bijvoorbeeld niks. Wetende dat ik een absolute nul ben in zowat alle sporten (behalve, begrijpe wie begrijpen kan, het immer elegante kogelstoten) doe ik gewoon gezellig mee voor de sport en kan het me echt niet schelen als ik met minder dan 100 punten uit een spelletje bowlen loop (nee grapje, mij zie je niet uit vrije wil bowlen.)

bowling

En dan zijn er andere soorten wedstrijden. Ja, ik wil sneller dan jij de sudoku kunnen oplossen. Als jij 137 op de online IQ-test haalt, dan neem ik pas met 139 genoegen (online IQ-testen zijn helaas niet representatief voor je effectieve IQ, anders had ik allang de wereld overgenomen). Op familiefeestjes team ik telkens met mijn schoonzus (zo mogelijk nog ziekelijker competitief dan ikzelf) en  winnen we zo hard in Cranium dat er van de tegenstand niks meer overblijft. En daar nemen we genoegen in. Huil maar!

Wanneer ik op zo’n moment verlies pak ik het altijd heel sportief en pragmatisch aan. “Ach, het is toch maar een spelletje”, zeg ik dan met een zeemzoete glimlach die nog net mijn bittere frustratie verbergt. Als ik win, daarentegen, mag de ontvanger van de nederlaag zich aan een welgemeende “IN YOUR FACE, LOSER!” verwachten.

Spelletje spelen?

Belastingen met Lauren in 20 simpele stappen

Er zijn maar twee zekerheden in het leven: de dood en belastingen. En ja hoor, het is weer zover. Ik weet het, jullie kijken er elk jaar even hard naar uit als ik. Digitaal als ik ben doe ik dat natuurlijk online. Ik krijg niet eens een papieren versie meer, waardoor mijn belastingsavontuur doorgaans begint met de realisatie dat iedereen om me heen zijn of haar belastingen allang heeft ingevuld en dat ik als een kip zonder kop achterop hink. Voor de medelaatkomers onder jullie schreef ik dit handig stappenplan voor het moeiteloos invullen van je belastingen online.

Stap 1 in dit gestroomlijnd proces: Surf naar Tax on Web.
Stap 2: Stop je eID-kaart in de daarvoor voorziene gleuf.
Stap 3: Lach met het woord gleuf.
Stap 4: Tel hoe snel het lachen je vergaat wanneer je merkt dat je een foutmelding krijgt.
Stap 5: Zucht eens diep en draai je hoofd onderzoekend naar links (of rechts, als je dat beter vindt zo).
Stap 6: Ga op zoek naar de juiste driver voor je eID kaart en klik op install.
Stap 7: Probeer opnieuw in te loggen.
Stap 8: Mep drie keer in frustratie met je vinger op je linkermuistoets. Het ding werkt nog steeds niet.
Stap 9: Ga op zoek naar de testmodule op de website van de federale overheid.
Stap 10: Juich! De test is geslaagd.
Stap 11: Probeer met volle moed opnieuw in te loggen.
Stap 12: Schud wanhopig met je vuist in de lucht en vraag aan God, Allah of het Vliegend Spaghettimonster waaraan je dit in godsnaam verdiend hebt. Tax on web doet het nog steeds niet.
Stap 13: Herstart je browser.
Stap 14: Victorie! Je bent nu ingelogd.
Stap 15: Kom tot de constatatie dat de overheid eigenlijk alles over jou wel weet. Behalve dan de dingen waar jij voordeel uit kan halen.
Stap 16: Zoek je weg in doolhof van codes die jou ongeveer evenveel zeggen als kwantumfysica. Of Chinees. Of kwantumfysica in het Chinees.
Stap 17: Vink de beruchte code 1440 aan, waarmee je bevestigt dat je minder dan 20.020 euro aan intresten ontving in 2012.
Stap 18: Lach met de notie dat je ooit 20.020 euro aan intresten zou ontvangen.
Stap 19: Bevestig je aangifte.
Stap 20: Brand een kaarsje en drink om je zorgen te vergeten.

Find what you love and let it kill you

Find what you love and let it kill you. Dat is wat Bukowski ooit zei. Nu ja, denk ik. Er is nogal wat discussie over de bron van dit citaat en na drie minuten oogrollend door een thread op het Bukowski fanboyforum te hebben gescrold besliste ik dat ik de precieze bron niet per se hoef te weten. Per se is een barbarisme, laat mijn spellingcontrole me weten. Je m’en fou! Maar laat ik het citaat even in context plaatsen. Daarom haalde ik het immers aan.

Een paar jaar geleden viel mijn grootmoeder van de trap. Een glaasje te veel op, zoals zo vaak. De ambulance haalde haar op en bracht haar naar Gent. Voorzichtig schuifelden mijn ouders en ik door de ICU van het UZ, niet goed wetende wat we zouden aantreffen. Nu ja, ik toch niet. Mémé lag in een groot, steriel ziekenhuisbed, zoals dat in ziekenhuizen naar goede orde is. Ze was bont en blauw, kleiner dan ik me herinnerde. Haar lever was zwaar aangetast. Ze was vrij nukkig en had niet veel te zeggen. Ze wilde het eigenlijk maar over één ding hebben. Haar portootjes. Ze smeekte ons. Klampte wildvreemden aan. Bezoekers. Dokters. Verplegers. Of ze alsjeblieft haar portootje wilden halen. Eentje maar! Toe! EEEEENTJEEEEEEE.

Nog daarvoor, in 2008, ontviel pépé Georges, over wie ik het eerder al had, hetzelfde lot. Hij viel niet, maar werd wel erg ziek. Leverfalen. Ik woonde op dat moment in Oostenrijk. Er werd me verteld dat het niet goed met hem ging, maar meer wist ik ook niet. Op een keer, toen ik pas het slechte nieuws had gehoord, belde ik hem. Hij klonk zwak, hopeloos. Ik vroeg hem hoe het ging, maar eigenlijk wist ik het antwoord al. Slecht, bevestigde hij. Hij zei dat hij moe was en dat hij wilde rusten. Zo abrupt eindigde ons laatste telefoongesprek. Ik wist dat het niet lang zou duren. En dat deed het ook niet. Find what you love and let it kill you.

Dat ik je mis

Ja, ik weet het, twee video’s na elkaar. Dat kan eigenlijk toch helemaal niet door de beugel, maar dit is mijn blog en ik doe wat ik wil. Zelfs als het om radicale beslissingen als deze gaat. Twee video’s, ho maar. Maar stiekem is het toch wel een beetje de moeite waard, niet? Hoe mooi is dit liedje? Ik spring op de bandwagon.