Ziekelijke competitiviteit, een klinische diagnose

Eerlijk gezegd ben ik best ziekelijk competitief. Nuja, op sommige vlakken. Selectief competitief, laten we het kind een naam geven. Dingen waar ik helemaal niet competitief in ben zijn denk ik gekozen onder het mom van zelfkennis en zelfbehoud.

Winnen in sport doet me bijvoorbeeld niks. Wetende dat ik een absolute nul ben in zowat alle sporten (behalve, begrijpe wie begrijpen kan, het immer elegante kogelstoten) doe ik gewoon gezellig mee voor de sport en kan het me echt niet schelen als ik met minder dan 100 punten uit een spelletje bowlen loop (nee grapje, mij zie je niet uit vrije wil bowlen.)

bowling

En dan zijn er andere soorten wedstrijden. Ja, ik wil sneller dan jij de sudoku kunnen oplossen. Als jij 137 op de online IQ-test haalt, dan neem ik pas met 139 genoegen (online IQ-testen zijn helaas niet representatief voor je effectieve IQ, anders had ik allang de wereld overgenomen). Op familiefeestjes team ik telkens met mijn schoonzus (zo mogelijk nog ziekelijker competitief dan ikzelf) en  winnen we zo hard in Cranium dat er van de tegenstand niks meer overblijft. En daar nemen we genoegen in. Huil maar!

Wanneer ik op zo’n moment verlies pak ik het altijd heel sportief en pragmatisch aan. “Ach, het is toch maar een spelletje”, zeg ik dan met een zeemzoete glimlach die nog net mijn bittere frustratie verbergt. Als ik win, daarentegen, mag de ontvanger van de nederlaag zich aan een welgemeende “IN YOUR FACE, LOSER!” verwachten.

Spelletje spelen?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s