“Ge zijt er. Klamp u dan godverdomme toch vast!”

Pépé Georges was een onverzorgde dronkenlap met een grijze baard en te lange nagels. Met waterige rode ogen, altijd een beetje verdoken in een vage roes. Of zo zou een buitenstaander hem omschrijven. Een loner die zijn grote kans verkeken had (hij haalde tonnen geld binnen als topverkoper bij Philips, tot hij op een dag ontslagen werd en nooit echt meer aan de bak kwam) en zijn weg kwijtraakte ergens onderweg. Maar voor mij was hij pépé Georges en hij woonde om de hoek.

Wanneer ik op bezoek kwam stuurde hij me naar beneden met een vuist vol kleingeld. Naar Tuff-tuff, de automatenwinkel onder het appartementencomplex waar hij woonde. Zonder fout kwam ik dan terug met een cola in de ene hand en een mars in de andere. Hij dronk een wijntje. Of een whiskeytje. Of een portootje of zo. Altijd tje, zonder fout.

Stond ik met een goed rapport voor de deur, dan gingen we prompt naar de tearoom aan de overkant van de straat. “Michel!”, wenkte hij de uitbater dan, in de familiaire toon van een vaste tooghanger. En hij vertelde trots over zijn nichtje en hoe slim ze wel was. Hoe goed ik het deed. Fier als een gieter klonk hij dan. En ik was dan de verlegenheid zelve. Maar niet echt.

Op een zonnige middag zat ik weer bij hem op de versleten leren bank, mijn vaste stek in zijn kleine eenslaapkamerappartement. Ik schreef geregeld mijn naam in het stof op de armleuning, om de plek te claimen. Het stof ging nooit weg. Pépé Georges dronk wat. Ik keek naar de collectie bondfilms op de barkast. Afwezig vertelde ik dat ik het wel had gehad met Latijn, dat ik liever een andere richting wilde studeren.

“Verdomme!”, vloekte hij plots, terwijl hij met zijn vlakke hand op de rand van de zetel sloeg. Ik schrok. De ijsblokjes in zijn cognac deinsden vervaarlijk op en neer. “Lauren!”, riep hij in frustratie, “Ge zit aan de top. Ge zijt er. Klamp u dan godverdomme toch vast!”. Als kind van twaalf had ik daar niet echt een boodschap aan. Met tranen in de ogen schuifelde ik een beetje heen en weer. Ik wist niet goed wat zeggen. De dronken uitlatingen van een eenzame oude man. Je zou het gemakkelijk kunnen afdoen als zijnde onbelangrijk, maar het is me altijd bijgebleven. Toen had ik er niet echt een boodschap aan, maar nu zie ik de top, en ik heb mijn bergwandelschoenen in de hand.

3 thoughts on ““Ge zijt er. Klamp u dan godverdomme toch vast!”

  1. Ik had beter mijn dochter ook naar Pépé Georges gestuurd, ze is met Latijn gestopt na haar eerste jaar. Heb haar niet kunnen overtuigen om verder te doen. Hopelijk pikt ze tijdig op dat zij ook dicht bij de top zit.

  2. Ik ben al blij dat ik Nederlands, Engels en Duits spreek. Het Vlaams leer ik gaandeweg te verstaan… en te spreken.

  3. Pingback: Find what you love and let it kill you | Onbenulligheden

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s